Welke eigenschappen hebben de motorsystemen en accu's?

Bakfiets elektrisch | Motorsystemen
Een bakfiets elektrisch van Babboe is er in twee motorvarianten: 1. middenmotor  en 2. achterwielmotor. Elke elektrische Babboe bakfiets heeft een loop assistentie. Hiermee kun je je bakfiets gemakkelijk al lopend verplaatsen, bijvoorbeeld van een garage naar het fietspad.

1. Middenmotor (trapasmotor)
De elektrische bakfiets met middenmotor ondersteunt je op basis van vermogen. Hoe meer weerstand je fiets ondervindt, bijvoorbeeld omdat je een heuvel oprijdt, hoe meer elektrische ondersteuning wordt ingeschakeld. De middenmotor of trapasmotor heeft ook het voordeel dat de motor de overbrengingsverhouding van het schakelsysteem gebruikt, d.w.z. dat hij bergop nog meer kracht kan leveren. Omdat de middenmotor, in tegenstelling tot de achterwielmotor, met zijn kracht ook de ketting en de versnellingen beïnvloedt, slijt hij sneller dan de achterwielmotor. De middenmotor heeft een koppelsensor die de trapkracht meet, een snelheidssensor die de voertuigsnelheid meet, en een krukassensor die het aantal omwentelingen van de krukas meet.

Als je in een vlakke omgeving woont, is de hulp van de achterwielmotor meestal voldoende. De constante ondersteuning van de middenmotor zorgt echter voor een soepelere en krachtigere rit. De plaats van de motor in het midden van het wiel (bij de trapas) geeft bovendien meer stabiliteit.

2. Achterwielmotor
Bij een achterwielmotor vervangt de motornaaf de naaf van het achterwiel. De elektrische bakfiets met een motor in het achterwiel wordt aangedreven door rotatie. Zodra je begint te trappen, wordt de elektrische ondersteuning ingeschakeld. Afhankelijk van het niveau dat je instelt, krijg je meer of minder hulp van de motor. De gekozen versnelling heeft geen invloed op het motortoerental, dat altijd recht evenredig is met de rijsnelheid. Omdat de motor in het achterwiel zit, heb je het gevoel dat je een duwtje in de rug krijgt.

Het bereik van de accu hangt af van:
- Het totale gewicht/ de totale lading van de fiets (gewicht van de berijder, lading en kinderen)
- De weerstand (tegenwind, wegomstandigheden, hoogteverschillen, bandenspanning)
- Het rijgedrag/ de rijprestaties (assistentieniveau, tijdig op- en terugschakelen en de gereden snelheid)
- De buitentemperatuur (bij lage temperaturen vermindert de capaciteit van de batterij)
- De toestand van de accu (hoe ouder de batterij, hoe kleiner de capaciteit en de actieradius)